dinsdag 30 maart 2010

Extended


Mijn verblijf in Dublin en het OLCHC is verlengd met 6 weken.


Ik dank iedereen hartelijk, die me in staat stelt hier langer te blijven.


Many rivers to cross zong Jimmy Cliff ooit. En dit is alleen maar de Liffey.

dinsdag 9 maart 2010

At Nico's


De dag begon met een deceptie. Ik heb naast mijn eigen keukenspulletjes, ook mijn eigen kaas. De Ieren hebben ook wel kaas, maar dan vooral cheddar. Cheddar light, cheddar medium, cheddar matured en cheddar mixed. Ook nog een paar blokjes als, Dubliner, Cashel, Kerriegold en Coolea (waarvan ze zelf zeggen 'de Ierse Gouda'). In verhouding liggen er veel buitenlanders, vooral uit Nederland, Denemarken, Italie en Frankrijk. Maar geen extra belegen boeren Stolwijker. Vanmorgen toen ik mijn sandwiches wilden beleggen, ontbrak mijn brok in de fridge. Net kwam de schoonmaakster binnen. Zij zet voor jan-en-alleman melk in de koelkast en verwijdert elementen die over-datum zijn. Ik hoef haar melk niet, ik koop mijn eigen melk. Van de 4 halve liters die ze plaatst, gooit ze na een paar dagen de helft weer weg. En die koeien maar grazen. Om bij mijn spullen te komen, moet ik soms haar flessen verplaatsen, die overigens tussen identieke staan die gang genoten uit onwetendheid hebben gekocht. Op haar flessen heeft ze iets met dikke stift geschreven, wat ik nog niet kunnen lezen of begrijpen. Op het moment dat ik mijn boterhammen smeer, weet ik het weer. Die flessen moeten omzichtig vastgepakt worden. Mijn handen zien eruit alsof ik voor alle kinderen in het ziekenhuis een voetbalveld heb gekleurd. Want de groene inkt droogt alleen aan je vingers op. De vrouw is een harde werkster. Klein, tenger, heeft vermoedelijk haar pensioen al in het vizier en 'van binnen' waarschijnlijk een pracht mens. Dat hoop ik, want van buiten is het wat minder. Ze glimt wel, maar niet van plezier, ze lacht nooit. Ze glimt van een vettige substantie, misschien om los vliegend stof te vangen. Naast haar schone bedrijfskleding zwabbert er meestal een dunne transparante stofjas over. Haar rimpels doen me altijd even zoeken naar de ogen en mond, waarbij ik inmiddels dankbaar navigeer via haar wat overdreven en vermoedelijk voor haar onplezierig aanwezige, laat ik maar zeggen, schoonheidspukkels. Haar vingers gaan als een stofkam door de koelkast, waarbij ze letterlijk haar hoorbaar verminderd werkende maar niet geringe neus in andermans zaken stopt. Op veel producten staan datums, maar het is voor haar economischer om het lezen over te slaan. Mijn goddelijke verse (extra belegen) kaas heb ik 'me van het brood laten eten', en je leest het goed daar ben ik pissig over. "It was laying there for ages and it was as hard as a rock", was haar argument, maar geen pardon.
Nou ben ik in de keuken geen wonder, maar ik heb er wel vaak schik in. Hier ben ik verstoken van recepten (heb geen printer), dus koop ik een aantal zaken die me aanstaan en bij elkaar kleuren en meng het met kruiden, waarna ik hoop dat het smaakt. Van de week ging het met een pasta improvisatie fout. Vrij kort na consumptie wilde mijn ingewanden er al weer vanaf. Maar langzaam aan raak ik toch wel wereldwijd een culinaire bekendheid. Na naam gemaakt te hebben in Vietnam via de Vietnamese chirurg/anestesist/perfusionist, die weliswaar maar moeilijk aan mijn kruiden konden wennen, heb ik onlangs schijnbaar indruk gemaakt bij Dana (verpleegkundige) uit de Filippijnen en bij Marina en Julianty (genetici) uit Singapore, die ik net Fusili heb leren afgieten. Als ik als laborant hier niet slaag kan ik altijd nog een eet etablissement beginnen. Het zoeken naar een originele naam gaat dan nog een probleem worden. Tenzij in Azie.

maandag 8 maart 2010

Wicklow wol

Zondag, is het een prachtige dag geweest. Het zal een serie van dit soort dagen worden, heeft althans de weerman gezegd. Ik toog de bergen in, maar fotografeerde er wat bomen. Ieren zijn soms net Nederlanders; nu klagen ze weer dat het 'freezing' is. Dan hebben we het over 's nachts een paar graadjes onder nul, 's ochtends een beetje voorruit krabben en 's middags je sjaal niet vergeten. Ze hebben hier geweldige wol trouwens. En ze weven daar heerlijk spul van. Zaterdag heb ik een oranje sjaal gekocht, voor mij mag het nog even fris blijven. Over wol gesproken, of schapen, die heb je hier natuurlijk heel veel en die hebben hier ook veel vrijheid. En dat mekkert ook de hele tijd.
In de Wicklow Mountains vlakbij Sally Gap heb ik de auto geparkeerd bij een verlaten kerk, de dienst is net afgelopen. Ik ben er gestopt om in een vlakbij gelegen kloof af te dalen. Er staan groen bemoste bomen en er liggen grote, ook groene, rotsen waartussen water naar beneden spoelt. De rotsen zijn schitterend vloeiend uitgeslepen en glad en steil. En verder is er niemand. Alleen het geklauter is al leuk om te doen, of er een foto mee terug omhoog komt of niet. Bukken, draaien, rekken, hoog standpunt voor- en achteruit, weer een andere lens, afijn beetje pielen. In het bos is het fris en ruikt het aangenaam. Totdat ik net onder een brug door ben gegaan, upstream en upwind. Ik ruik iets anders.
Het is niet echt vies, maar ik kan het niet thuisbrengen. Na weer iets verder geklauterd enzo te zijn, zie ik om de hoek van een rots in de rivier een hoef met een schoon witte poot eraan. Dichterbij zie ik (een stuk van) zijn even witte romp. Nog een stap dichterbij schenkt me een blik op zijn kop. Voor reanimatie is het te laat. Het is best een schok alleen een schedel te zien, terwijl eerst (behalve weinig beweging) nauwelijks iets geks aan het dier te zien was. Wat ook gek is, is dat ik de eerder opgesnoven geur ineens als bijna walgelijk ervaar. Met een wijde boog er omheen ben ik verder gegaan. Op de terugweg, toch wat gefascineerd, zou ik eerder een juist beeld gekregen hebben, zonder alarmerende geuren; hij bleek van binnen helemaal leeg te zijn. Arm schaap, arm dier, toch.

zondag 7 maart 2010

Op de kleintjes letten

Om maar met de deur in huis te vallen, het is hier een rommeltje. Om met mijn kamer te beginnen, daar staat soms wel een niet op z'n plaats. Laatst was ik blij dat Skype werkte (gmail lukt nog steeds niet), dus even met mijn ouders skypen en die wilden gelijk mijn kamer zien. Bad timing. Op de redactie van het journaal is het vast ook een zooitje, maar als zij ‘on air’ gaan verbergen ze dat achter een scherm. Na mijn eerste uitzending probeer ik nu altijd een helft een beetje opgeruimd te houden (de bovenste). Maar het valt best wel mee, ik heb niet veel spullen bij me, en wat ik hier heb, zou ik wel eens direct moeten kunnen pakken, dus moet het voor het grijpen liggen, en voor de dingen die ik net neer gelegd heb, heb ik waarschijnlijk nog geen tijd gehad om het op te ruimen. Maar ik leeg mijn prullenbak, zuig stof, er slingert geen vuil en ik doe de was. Een beetje anders is het in de gemeenschappelijke ruimtes. In de hoek van de gang wordt het vuile linnengoed verzameld. Als je de gang op of er van af wil moet je erlangs. De stoel heeft volgens mij alleen de functie om er was op te leggen. Er zijn vier douches, die in detail verschillen. Ik kijk alleen naar beneden om te zien of de afvoer vrij is, ander probeer ik een andere. Lager in het kanaal zit het zeker een vernauwing want binnen 3 minuten sta je tot je enkels in het sop. En de keuken wordt ook gebruikt, zal ik maar zeggen. Voor de goede orde, het transparante kopje is van mij.
Op straat is het niet anders. Lang verhaal kort; bende. Alom petflesjes, chipszakjes, plastic in struiken, autobumpers en kleding. En daartussen de in eerste instantie minder opvallende drollen. In het ziekenhuis wordt behoorlijk schoongemaakt en overal hangen instructies hoe je je handen moet wassen en dan hangen er nog van die pompjes met alcohol, zodat je er geen kraan en handdoek voor nodig hebt, nogal zuiver dus. Vorige week zit ik relaxt en confident te oreren, niet als een vrouw met gekruiste benen maar als een kerel met zijn enkel op zijn knie. Valt mijn oog op mijn zool, groot voordeel van zo zitten. Mijn zool fascineert me omdat er ongemerkt wat onder kleeft, dus pulken, ruiken (bluf, want poep ziet er anders uit), gatver, poep! Sorry, na de hond moet ik het ook even kwijt. Nee, de stad is niet een propere. Recyclen is een Engels woord, wat in Ierland nauwelijks gebruikt wordt. Ik zie batterijen gewoon in de prullenbak verdwijnen. Twee weken geleden was ik in de Wicklow mountains, toen ik er bij het betreden een prachtig bord zag, “Leave behind footsteps and take back memories”. Ze proberen het wel hoor, maar het zit er nog niet in. Wat me in hun slordigheid ook opvalt is dat er ook overal geld slingert. Op de afdeling, op het toilet, overal. Het is hier crisis, dus het papieren en bimetaal ben ik nog niet tegengekomen, maar het koper ligt overal. Onlangs ging ik met de bus, ik heb een soort strippenkaart, maar je kan er ook contant betalen voor een ritje. Dan gooi je gepast geld in een trechter en trek je een recu. Op een gegeven moment blijft er bij die handeling een muntje een beetje aan zijn hand plakken, hij heeft het al vermoedelijk 10 minuten tijdens het wachten stijf in zijn hand. De munt valt er dus naast. De bus was al in gang gezet, dat gaat hier nogal bruusk, dus die man op zijn wijdbeenst, met een hand aan een paal in het schuddend schemer zijn muntje zoeken. Zie ik de hand van de chauffeur gebaren dat de zoektocht gestaakt kan worden. De man krijgt een kaartje en gaat zitten. Aardig, nietwaar?
Zo struikel je haast in de stad over de bedelaars. Van die mensen met een kartonnen bekertje voor zich naar de grond staren of er klagelijke geluiden bij maken. De mensen zullen drama’s meegemaakt hebben en ik gun ze een beter bestaan, maar zo zijn ze niet te helpen. Er zat er een naast een pin-automaat, ik vond het eerder dom dan slim. Een keer eerder zie ik zo’n man in de kou zitten, in lappen gewikkeld, bewegingsloos naar zijn hurken te kijken. Ik moet opletten anders bots ik tegen hem aan, anderhalve meter van hem vandaan ligt er een muntje op de grond. Krijg ik verdorie last van mijn geweten.
Een van de zegeningen van het vaste land, is de afschaffing van ‘de cent’. In Ierland krijg je precies terug wat je teveel hebt betaald. Inmiddels heb ik al eens met 2 euromunt op zak, iets anders gekocht dan wat ik wilde hebben. Het kostte me wel 1,69 ipv 1,44. Ik heb nu besloten ze uit mijn portemonnaie te filteren en er of een keer een kassiere gek, of alle zwervers een beetje blij mee te maken.
In een kinderziekenhuis op de kleintjes is letten is nogal een open deur intrappen. Maar toch is dat een van de boodschappen die de CEO van Ziekenhuis recent via een nieuwsbrief de medewerkers wil meegeven. Dit heeft te maken met de Ierse bisschoppen die onlangs naar de Paus gereisd zijn om het ‘abuse’ van een aantal Ierse geestelijken te bespreken. Ook deze instellingen heeft er mee te maken gehad. De reactie van de Paus was er niet een waar de slachtoffers op zaten te wachten en men is zwaar teleurgesteld.