
Tot eind april woon en werk ik in Ierland, Dublin om precies te zijn en Crumlin om nog preciezer te zijn. Om daar te komen en om lekker veel mee te nemen en om makkelijk de omgeving te bekijken, ga ik met de auto.


Etappe 1 is de overtocht van Europoort naar Hull, wat en eitje is. De boot is nauwelijks zichtbaar gevuld. Het heeft iets zakelijks en wat plichtmatigs, wat geillustreerd wordt door de live muziek, die verzorgd wordt door een sologitarist die ook de zanger is, begeleid door een bandje. Zo zou men dat vroeger, voor de digitale tijd, genoemd hebben. Nu zit zijn begeleiding gevangen in een solid state memory en draait en schakelt hij zelf zijn backing in het gareel. Steevast eindigt zijn nummer met een zacht plichtmatig ‘thank you’, niet afwachtend of uit de grote zaal en van het balkon het 15 koppige publiek de moeite zal nemen om even de handen tegen elkaar te bewegen. Het einde van de show haal ik niet en het grootste deel van de overtocht breng ik slapend door.
De tweede etappe van Hull naar Holyhead in noord-Wales is simpel, wat ik voor een groot deel te danken heb aan TomTom. Bij het verlaten van Hull informeert ze (damesstem) me over een steeds verder toenemende vertraging tot ruim een uur. Uiteindelijk oppert ze een snellere (langere) route. Van deze informatie maakt ik dankbaar gebruik. Na afloop heb ik niet echt file gezien, maar en-passant wel eventjes een glimp van het Peak district. Nu het hier zo staat, kan ik het me later ook makkelijk herinneren, zodat ik er nog eens terug kan gaan, want het is er erg mooi. Noord Wales ook trouwens, maar dat wist ik al van een eerder bezoek.
De derde etappe, Smeets zou hem misschien de Koninginnetocht genoemd hebben is de overtocht over de Ierse zee van Holyhead naar Dublin. Deze gaat ook prima, ondanks dat het 6 beaufort waait, en de scheepsstabilisatie niet meer kan verhinderen dan het schip gaat schommelen. Dan gebeuren er toch rare dingen. Er wordt al heel wat bier gedronken aan boord, gelegenheid is er overal, je kunt het zien, dus je weet het. Tijdens mijn rondgang alias vergeefse zoektocht om aan dek te kunnen, valt me op dat alle voorraadbakjes voor ‘comfort bags’ leeg zijn. Ik vrees daarom een smeerboel, omdat de boot aardig rolt. Dat viel gelukkig mee. De meeste van ons kennen de dronkemansgang wel en herkennen het balanceren waarbij de hele breedte van het trottoir gebruikt wordt, ik heb dat zelf ook wel eens gedaan. Wel, de passagiers op deze boot kennen deze techniek ook. Echter op een fascinerende manier. Zoals spreeuwen in wolken synchroon van koers kunnen veranderen, doen deze opvarenden dat ook. Allen zetten ze op het zelfde moment en even grote stap zijwaarts. En het werkt aanstekelijk, want toen ik opstond om koffie te halen, ging ik in hun pseudo ritmische cadans mee. Ik krijg de koffie in een kop en niet in een beker met deksel. Daarom neem ik aan de balie eerst zoveel slokken, dat het niveau in de kop ver genoeg onder de rand staat, dat ik een transfer naar mijn tafeltje zonder morsen zou moeten kunnen maken. De laatste slok kan ik dan zittend nemen.
Etappe 4, de slottijdrit om in jargon te blijven. Iets later dan gepland leggen we aan in Dublin. Toen mijn voorwielen het Ierse tarmac raakten, dacht ik de nauwelijks historische woorden “een kleine stap voor de mensheid, maar toch best wel een aardig grote stap voor mij”.

Het is inmiddels donker. En het regent. En de haven ligt midden in de stad. En het is gigantisch druk. Satnav werd mijn redding. Overal wordt ik links en rechts ingehaald door bussen, taxi’s, motoren en auto’s natuurlijk, maar ook door scooters en fietsers met krom stuur en een helm. Jammer genoeg werden er geen rollators verplaatst, zodat ik zelf niemand in kon halen. Ja, er was een oude dame, die liep/reed echter niet paralel, maar haaks op mij, dus die moest ik voor laten gaan. Zelfs de navigator had niet op zo’n trage verplaatsing gerekend. Mijn reistijd werd uiteindelijk twee keer zo lang. Van buiten herkende ik het ziekenhuis niet, maar TT zei tegen me dat ik er was. Ruim 350 km heb ik geen problemen met spookrijden, maar als ik de parking opdraai, heb ik een probleem, want terwijl ik wacht tot de slagboom omhoog gaat, parkeert er aan de andere kant van dezelfde boom iemand die het terrein wil verlaten. Dus achteruit en van baan veranderen. Maar het inrijden via de linker boom blijkt zeer lastig. Eerst voel ik me gelukkig met de luxe van electrisch bedienbare ramen. Tot ik zelfs na het losmaken van mijn gordel niet bij de knop kan om een kaartje te trekken. Na wat omzwervingen werd de ingang van het gebouw met veel moeite gevonden. Er is nog steeds iemand (18:30 uur) die me een sleutel van mijn kamer kan geven en me ernaartoe begeleid. De Security toont me waar ik het beste kan parkeren en ontgrendelt op afstand de deur zodat ik in en uit kan lopen. Als ik klaar ben met mijn spullen naar binnen sjouwen, moet ik naar de camera gebaren dat ik klaar ben, zodat hij het slot weer kan activeren.
Mijn eerste indrukken van het ziekenhuis? Wat een sterk verouderde situatie, wat een drukte, wat een doolhof, wat een heerlijk sfeertje, ik voel me zelfs een beetje trots.
Op mijn kamer aangekomen, moet ik over een drempel heen, een denkbeeldige. Ik heb best wel ervaring met personeelsflats, maar niet van deze orde.
Als ik 's avonds naar buiten kijk, zie ik Parking 3, maar heb nog geen idee wat er in de getoonde gebouwen gebeurt.