dinsdag 23 februari 2010
Woon- werkverkeer
Dublin is een bijzondere stad vol muziek om maar iets te noemen, maar ook zoals de meeste wereldsteden, vergeven van de auto’s en andere voertuigen. Ze worden er wel hoffelijker gebruikt dan bijvoorbeeld in Amsterdam, maar parkeren is ook hier een moeizaam en kostbaar proces. Rond dit ziekenhuis is het een van de grote problemen. Ik heb het met mijn Ierse werkgever helemaal niet over reiskosten gehad, bedacht ik me onlangs, terwijl ik toch 3 etages de trap af moet, als ik de lift niet neem en daarna nog eens ruim 150 meter moet lopen. Maar goed, het gebouw hoef ik niet uit en mijn jas slijt ook nauwelijks. Ook over parkeren heb ik het niet gehad, dus na drie weken zat er een 'Clamp Warning Notice' achter mijn ruitenwisser. Het bleek een formaliteit.
Het gebouw van Our Lady's Children's Hospital doorgrond ik nog niet helemaal. De plaats waar ik moet zijn, kan ik vinden, en heel langzaam begin ik de namen van afdelingen te herkennen, ook wanneer ze rap uitgesproken worden. St. Vincents en St. James zijn ziekenhuizen elders in de stad, maar St. Michaels is een 'ward' in Our Lady's. De ICU heet hier ook zo. In Nederland werken chirurgen in een operatie kamer, OK, maar de surgeons hier werken in ‘Theatre’. Is dat niet prachtig. Zolang ze er maar geen klucht van maken. Zoals de Nurses home naadloos over gaat in het ziekenhuis, gaat de bewegwijzering bij de hoofdingang 'EEG department' halverwege naadloos over in ‘neuroscience’. Om vanuit mijn kamer op neuroscience te komen, moet ik eerst een lange holle gang door waar de muren zijn versierd met groepsfoto's van klassen geslaagde verpleegkundige in uniform. Deze foto's verliezen hun kleur tot ze zwart/wit zijn naarmate ik verder van de flat af raak. Trouwens de nonnen kijken ook steeds wat formeler naarmate de foto's ouder worden.
Als ik door een aantal klapdeuren heen ben, passeer ik de 'Canteen’, dan een druk kruispunt van gangen voorzichtig oversteken en Medical Tower 1 in. In Parijs ben ik wel eens naar de Arc de Triomphe gelopen. Toen ik naast de Boog stond mijn ledematen te tellen, zag ik dat je er ook kon komen via een tunnel die onder de rotonde door gaat. Wel, het gevoel van die oversteek heb ik hier ook wel eens. Tussen al het snellende personeel, die soms een karretje of zo mee verplaatsen en doktoren die bellend of lezend op de autopiloot kruisen en bezoekers die midden op het kruispunt ineens de weg kwijt zijn (ik neem niet aan de ze mij als in mijn eerste dagen imiteren) en plots in de ankers gaan, terwijl je in je onderbewustzijn de gele waarschuwingsbordjes "wet floor" omzeilt en het langzaam verkeer voor laat gaan zoals de opa's en oma's die op bezoek komen, stikt het (niet toevallig) van de kinderen die aan de hand van paps of mams een jojo nadoen, of onregelmatig rukkend aan de arm aangeven dat ze liever weer terug naar de uitgang gaan. En dan ben ik nog de kinderen vergeten die zich losgewurmd hebben of wel hun eigen gang mogen gaan, in rolstoel of ter been en zich dan hollend een onregelmatig laverende beweging hebben eigengemaakt. Al deze onafhankelijke verkeersstromen gaan niet geruisloos langs elkaar heen. Ik denk nu ook te begrijpen, waarom een Ier bij het begroeten niet “Hello” zegt, maar “How are you?” Soms geef ik een beetje antwoord maar ik krijg de indruk dat het niet echt nodig is. Nee, reiskosten zou niet terecht zijn, ik geef het toe, want soms voelt het alsof ik aan het thuiswerken ben (..). Gevarengeld dan, maar dat is een grapje, want mogelijk ben ikzelf wel het gevaar van de weg. Niet met autorijden hoor en ook niet meer met oversteken. Ik heb me de teksten aangeleerd die op de weg gekalkt staan, ‘Look right’. Voor dat ik oversteek zeg ik dat tegen mezelf en dat werkt. Maar waar ik mezelf nog steeds op betrap, is dat ik herhaaldelijk aan de verkeerde kant van de stoep loop. Dat is snel te corrigeren, maar lastig blijven nog de 4 paar klapdeuren die ik onderweg een zwiep moet geven (of gegeven worden).
zondag 14 februari 2010
Inspiratie
Het lukt maar niet een fatsoenlijke foto te maken. Vandaag is het sowieso niet mijn dag. Er is me door de nationale weerman een vrij zonnige dag toegezegd. Awel, de zon schijnt totdat ik wegrijd. Het is maar goed dat ik niet in de schoenen van Sven sta. Ik instrueer TomTom nog zo de tolwegen te vermijden. Uiteindelijk kom ik er op drie nodeloos terecht. En iedere keer kom ik eerst in de fuik terecht, tegenstribbelen is dan te laat. Dus moet ik afremmen, uitstappen, omlopen, betalen, terug lopen, instappen en opschakelen, alle stappen een beetje mopperen op mezelf. Daarnaast, zowel op de heen als terugweg, maak ik dezelfde vergissing op een nieuw verkeersknooppunt. Mijn TomTom versie is een zeer recente, dus moeten ze vlak voor dat ik hier aankwam het land rigoreus omgelegd hebben, want regelmatig geeft dat ding aan dat ik naast de weg zit. Ierland verslaat Frankrijk niet in het 6-landen toernooi en in Ierland verslaan ze de winterspelen ook nauwelijks. Ze hebben zowaar een bobslee team. Zelf vergelijken ze die met die van Jamaica van een tijdje terug. Ik zat naar een 'stukje schansspringen' te kijken, het interesseert me niet echt en dan halen ze Eddy the Eagle er ook nog bij, een Brit. Bij schansspringen is het spannendste moment wanneer de jury punten geeft, want vallen doen ze niet meer. Laten ze er wat bomen tussen zetten, of het op 1 ski doen of met een parachute, zodat ze in het dorp verderop terecht komen, net als die ballonnetjes met een kaartje eraan, dan horen we aan het eind van de spelen wel wat het geworden is. Of dan ook nog een beetje slalommen tussen windmolens door. Ze jureren de stijl, maar zit geen verschil in wat ze doen. Waarom nemen ze tijdens hun 'eindeloze' vlucht niet even beleefd hun helmpje af naar de jury. Erger nog na een succesvolle sprong laten ze hun zolen zien, nou ja die van hun sponsor. Trouwens sprong, zeg ik, waar gaat de skier dan omhoog, het zou eigenlijk 'skivallen' moeten heten. En dan de coach, die wappert geconcentreerd en resoluut met een lullig vlaggetje om het juiste moment aan te geven om te beginnen, maar ik heb nog nooit gezien dat er een een kwartiertje wacht of zo, er zit altijd zo'n 15 seconden tussen. Waarom zien we Nederland trouwens niet in deze discipline terug. Jarenlang zijn we geteisterd, door Jack van Gelder en Andre van Duin met Ter-Land-Ter Zee-En-In-Lucht.
Ik kan me best voorstellen dat het leuk is om te doen, maar snappen doe ik die sport niet. En de NOS staat sport kijken via internet met het programma Silverlight in het buitenland niet toe, maar eerst laten ze je wel de boel downloaden. Morgen zoek ik mijn inspiratie elders.
Ik kan me best voorstellen dat het leuk is om te doen, maar snappen doe ik die sport niet. En de NOS staat sport kijken via internet met het programma Silverlight in het buitenland niet toe, maar eerst laten ze je wel de boel downloaden. Morgen zoek ik mijn inspiratie elders.
zondag 7 februari 2010
Ierse keuken, ăn ngon
Het weekend zit erop. Zaterdag stond de belangrijke interland op het programma Ierland-Italie. De hele stad ademt dan rugby. De Italianen worden overal, ook met straatbrede spandoeken hartelijk welkom geheten, her en der worden de laatste kaartjes aangeboden, jong en oud, dames en meneren lopen in rugby shirts of hebben sjawls om of dragen van die gekke groene hoedjes (van de Leprechaun). Ik was op tijd in "The Hairy Lemon" een prachtige donkere pub met overal wat te zien en knusse zitjes. Ik hoop bij een belangrijker en spannender wedstrijd zelf een van de ruim 82000 toeschouwers in stadion 'Croke Park' te kunnen zijn (wat een van de mooiste sportstadions ter wereld zou moeten zijn, overigens met een bloedige geschiedenis).
Zondag ben ik naar het Museum of Modern Art geweest, waar de tentoonstelling "Picturing New York" af liep. Was heel mooi, zwart/wit foto's van Stieglitz tot Friedlander en zelf Cartier Bresson zat er tussen. De belangstelling was ook fors te noemen en werd gedoseerd, wat leidde tot een lange rij buiten. Daar werden de wachtenden meegedeeld dat de expositie met een week was verlengd. Maar niemand zag hier een rede in om uit de rij te stappen. Dit gebouwtje is een onderdeeltje van het gigantische 16e eeuwse Royal Hospital Kilmainham wat ook zeer de moeite waard is, maar waar mijn voeten niet op gerekend hadden en links net buiten beeld ligt.
Weer thuis gekomen had ik ook niet veel puf meer om van allerlei gezonds te koken. Ik had van een vorige keer nog wat in de vriezer. Fruit na moest voor verse vitamines zorgen. De keuken is in deze flat eigenlijk nog de beste plek om anderen tegen te komen. Men is daar wel met een andere missie dan ganggenoten te ontmoeten, maar gelegenheid tot een praatje is er voldoende, omdat op spitsuur men toch nu en dan op elkaar moet wachten en iedereen wel ergens iemand in de weg staat. En sta je zelf niet in de weg, dan zijn het wel spulletjes in de koelkast. Er staan er twee, maar 1 is kapot.
De koelkast is een feest van ontdekking en balans. Het is nog niet gebeurt dat de inhoud met het openen van de deur naar je toekomt en zich dan op de vloer met elkaar vermengd in plaats van in een pan of zo. Maar iedere keer bij het openen van de deur tref je je voedsel op een andere plaats. En iedere keer voelt het alsof je de kerstboomverlichting weer in de originele verpakking wurmt. Ik dacht met mijn halvarine en potje jam een precies passend strategisch plekje onder de lamp gevonden te hebben (waar vervolgens ook niet op gezet kon worden, zodat ik het 's morgens hup-eruit-hup-er-weer-in kon zetten) maar die combi is ook gaan zwerven. Om mijn moeder gerust te stellen, het enige wat hier van mij is, is de liter fles melk links voor. De zusters vullen de fridge en zichzelf vooral met magnetron maaltijden en blijken in de keuken er een andere hygiene moraal op na te houden dan wanneer ze in functie zijn.
Anders zijn mijn Vietnamese buren. Zij zijn hier om te leren. Zij krijgen hier kost en inwoning, maar geen salaris. Iedere dag hebben ze verse producten uit de kantine en maken daar steeds een soort van rijsttafel van. Als ik ze voor ben en de keuken vergeven heb van de knoflook en uien lucht en wat al niet meer, heeft Tuyet een vinger in ieder neusgat als ze binnen komt. Na een korte inspectie en adaptatie van haar reuk, klinkt ze niet meer verstopt als ze praat. Als ik na hen binnenkom, heb ik wel eens het idee dat ik een operatiekamer binnenstap, maar dat is niet van het aroma. Allen hebben ze een taak, maar Hau heeft 1 taak niet: afwassen. Toen ik laatst mijn afwasmiddel aanbood, bedankte Tuyet daarvoor, want ze hadden nog wat waspoeder. Ze vertelde dat haar opa zich daar thuis zelf ook mee wast, maar dat je huid er zo van uitdroogt. Ik gaf de tip, om dan ook bij het wassen de kleren aan houden. Ook om inkoppertjes was het plezier niet minder. Het is altijd lachen met ze, al is het een kunst om ze te verstaan en me verstaanbaar te maken. Hau is trouwens hartchirurg en wil in Vietnam ('my country' zegt hij altijd) een eigen kliniek beginnen om een beetje rond te komen. Hij verdient daar in een maand wat ik in Ierland in een dag verdien. Tuyet is perfusionist en Thut doet de anesthesie. Woensdag vliegen ze terug, ze zijn aan het aftellen. Dan zijn ze nog net op tijd voor Tết Nguyên Đán, oftewel Tet: de jaarwisseling. Ik zal ze missen.

Van links naar rechts Huynh Thi Anh Tuyet, Chiu Kin Hau, Nguyen Thi Thu Thuy. Gisterenavond waren ze volgens mij al een beetje aan het inpakken. Ik stel me voor dat ze geen ballast mee willen nemen. Ik kreeg van Thuy een stapel DVD's met moderne westerse films als Vut Bay (Up) en Trieu Phu Khu o Chuot (slumdog millionaire). "Very cheap in my country". Ze gaf toe dat het illegale copien waren, maar wel officiele dan. De tweede die ik in mijn laptop stopte maakte een geluid alsof ik abusievelijk een cirkelzaagblad in de DVD speler had gedaan en die zich niet liet uitwerpen voordat het binnenwerk poeder was.
Goeie reis en Van su nhu y. Dat laatste is een Vietnamese nieuwjaarswens, die ik hierbij iedereen die dit leest toewens.
Zondag ben ik naar het Museum of Modern Art geweest, waar de tentoonstelling "Picturing New York" af liep. Was heel mooi, zwart/wit foto's van Stieglitz tot Friedlander en zelf Cartier Bresson zat er tussen. De belangstelling was ook fors te noemen en werd gedoseerd, wat leidde tot een lange rij buiten. Daar werden de wachtenden meegedeeld dat de expositie met een week was verlengd. Maar niemand zag hier een rede in om uit de rij te stappen. Dit gebouwtje is een onderdeeltje van het gigantische 16e eeuwse Royal Hospital Kilmainham wat ook zeer de moeite waard is, maar waar mijn voeten niet op gerekend hadden en links net buiten beeld ligt.Weer thuis gekomen had ik ook niet veel puf meer om van allerlei gezonds te koken. Ik had van een vorige keer nog wat in de vriezer. Fruit na moest voor verse vitamines zorgen. De keuken is in deze flat eigenlijk nog de beste plek om anderen tegen te komen. Men is daar wel met een andere missie dan ganggenoten te ontmoeten, maar gelegenheid tot een praatje is er voldoende, omdat op spitsuur men toch nu en dan op elkaar moet wachten en iedereen wel ergens iemand in de weg staat. En sta je zelf niet in de weg, dan zijn het wel spulletjes in de koelkast. Er staan er twee, maar 1 is kapot.
De koelkast is een feest van ontdekking en balans. Het is nog niet gebeurt dat de inhoud met het openen van de deur naar je toekomt en zich dan op de vloer met elkaar vermengd in plaats van in een pan of zo. Maar iedere keer bij het openen van de deur tref je je voedsel op een andere plaats. En iedere keer voelt het alsof je de kerstboomverlichting weer in de originele verpakking wurmt. Ik dacht met mijn halvarine en potje jam een precies passend strategisch plekje onder de lamp gevonden te hebben (waar vervolgens ook niet op gezet kon worden, zodat ik het 's morgens hup-eruit-hup-er-weer-in kon zetten) maar die combi is ook gaan zwerven. Om mijn moeder gerust te stellen, het enige wat hier van mij is, is de liter fles melk links voor. De zusters vullen de fridge en zichzelf vooral met magnetron maaltijden en blijken in de keuken er een andere hygiene moraal op na te houden dan wanneer ze in functie zijn.
Anders zijn mijn Vietnamese buren. Zij zijn hier om te leren. Zij krijgen hier kost en inwoning, maar geen salaris. Iedere dag hebben ze verse producten uit de kantine en maken daar steeds een soort van rijsttafel van. Als ik ze voor ben en de keuken vergeven heb van de knoflook en uien lucht en wat al niet meer, heeft Tuyet een vinger in ieder neusgat als ze binnen komt. Na een korte inspectie en adaptatie van haar reuk, klinkt ze niet meer verstopt als ze praat. Als ik na hen binnenkom, heb ik wel eens het idee dat ik een operatiekamer binnenstap, maar dat is niet van het aroma. Allen hebben ze een taak, maar Hau heeft 1 taak niet: afwassen. Toen ik laatst mijn afwasmiddel aanbood, bedankte Tuyet daarvoor, want ze hadden nog wat waspoeder. Ze vertelde dat haar opa zich daar thuis zelf ook mee wast, maar dat je huid er zo van uitdroogt. Ik gaf de tip, om dan ook bij het wassen de kleren aan houden. Ook om inkoppertjes was het plezier niet minder. Het is altijd lachen met ze, al is het een kunst om ze te verstaan en me verstaanbaar te maken. Hau is trouwens hartchirurg en wil in Vietnam ('my country' zegt hij altijd) een eigen kliniek beginnen om een beetje rond te komen. Hij verdient daar in een maand wat ik in Ierland in een dag verdien. Tuyet is perfusionist en Thut doet de anesthesie. Woensdag vliegen ze terug, ze zijn aan het aftellen. Dan zijn ze nog net op tijd voor Tết Nguyên Đán, oftewel Tet: de jaarwisseling. Ik zal ze missen.
Van links naar rechts Huynh Thi Anh Tuyet, Chiu Kin Hau, Nguyen Thi Thu Thuy. Gisterenavond waren ze volgens mij al een beetje aan het inpakken. Ik stel me voor dat ze geen ballast mee willen nemen. Ik kreeg van Thuy een stapel DVD's met moderne westerse films als Vut Bay (Up) en Trieu Phu Khu o Chuot (slumdog millionaire). "Very cheap in my country". Ze gaf toe dat het illegale copien waren, maar wel officiele dan. De tweede die ik in mijn laptop stopte maakte een geluid alsof ik abusievelijk een cirkelzaagblad in de DVD speler had gedaan en die zich niet liet uitwerpen voordat het binnenwerk poeder was.
Goeie reis en Van su nhu y. Dat laatste is een Vietnamese nieuwjaarswens, die ik hierbij iedereen die dit leest toewens.
maandag 1 februari 2010
Stappen
Vrijdag. Tijd om een eerste week te verwerken. Ik zou naar Avatar gaan, maar kwam er net te laat aan. Sherlock Holmes bleek ook een hele leuke film. Op de terugweg even een pub binnen gewipt waar gezellige muziek uit ontsnapte. Daardoor miste ik de laatste bus. Waarom stoppen ze dan ook al om 23:30 uur. Eerst een beetje in de vermoedelijke richting gelopen langs andere haltes, maar het was echt op. Ik had geen zin een hoop geld aan een taxi te besteden, dus ben wat gaan lopen. Mijn orientatiegevoel lijkt weer een beetje terug te komen, want na ruim drie kwartier flink doorstappen was ik bij het ziekenhuis. Het was flink koud en een glas Guinness is een aardige plens. De stevige tred was daarom ook, laat ik zeggen, hoge nood zaak. Daarom was het des te vervelender dat de ingang van de flat op slot zat. Dus weer terug naar de hoofdingang en het hele gebouw door.
Zaterdag zou ik het gebruik van gmail gaan regelen. Alles werkt behalve dat. Het weer was prachtig en ik twijfelde of ik niet beter wat anders zou kunnen gaan doen. Maar dat regelen viel tegen. De beoogde Apple shop was al een paar maanden dicht en de Vodafone meisjes gaven me een telefoon nummer waar ik mijn heil kan gaan zoeken. 's Middags naar Howth gereden. Heerlijke Ierse plaatsjes allemaal. Veel luxe huizen met palmbomen in de voortuin. Door de zon waande ik me meer in zuidelijk Europa.Hier lagen vissersbootjes waar het nieuwe wel van af was, en wat verder een een goed gevulde jachthaven met smetteloze boten. Terug langs Bull Island. Hier ligt een Unesco vogelreservaat. De beestjes heb ik maar niet lastig gevallen. Ik richtte mijn vizier op de Pigeon House Powerplant, die staat er al een tijdje en blijft dat ook nog even doen.
Op de terugweg, weer dwars door de stad, vergiste ik me in een van die vakken waarop je niet mag blijven staan. Ik dacht mee te kunnen door het oranje licht, maar strandde lullig midden op het kruispunt. Voetgangers die vlot O'Connellstreet in wilden, stond ik in dwars in de weg, het andere verkeer kon er gelukkig langs. Wel betekende het dat een motoragent aan het werk moest. Met zwierige zwaailichten, positioneerde hij zich schuin voor me, gebarend dat ik even geen vin mocht verroeren. Een verontschuldigend gebaar durfde ik nog net.Zondag toog ik naar Wicklow en de Wicklow Mountains. Voorzichtig een stevige boswandeling gemaakt. Voorzichtig omdat, toen ik op de parkeerplaats uitstapte en een praatje maakte met een medewandelaar in camouflage pak met grote verrekijker, hij vertelde dat hij er vorige week in de schemering nog bijna verdwaald was, en dat zijn telefoon er geen contact kon maken. Op tijd was ik weer op mijn kamer, zodat ik even schoon schip kon maken. en maandag er weer fris tegenaan kan. Het is vollemaan. Dat kan van alles betekenen. Bij een kinderziekenhuis, zowel mooie momenten als droevige. Vorige week hebben collega's twee keer hersendood bij een baby'tje moeten vaststellen. Ik hoop dat we deze week daar niet voor nodig zijn.
Abonneren op:
Posts (Atom)




