dinsdag 27 april 2010

Buitensluiten

Vorige week stapte ik de keuken binnen. Het is normaal dat je weet wat je aantreft als je je keuken betreedt. Maar hier is dat anders, omdat ook anderen er gebruik van maken. Er kunnen ineens mensen staan te kokkerellen die volkomen onbekend voor me zijn. Of er is niemand, maar wel is duidelijk dat er eten is klaargemaakt.

Maar deze keer schrok ik bij het openzwaaien van de deur omdat er 2 duiven van het aanrecht ook geschrokken opfladderden. Ik geloof niet dat ze naar eten opzoek waren, maar naar een plek om een nest je maken. In hun haast de opening te vinden waardoor ze naar binnen kwamen verloren ze veren en bleek hun geheugen hen in de steek te laten. Dit staat blijkbaar in verbinding met hun sluitspier. Deze deur ging met groot gemak open, op het aanrecht achterlatend wat je nog niet eens op je motorkap wil zien. Na enig manoeuvreren vlogen ze weer uit. Het raam was net iets te ver opengelaten en in deze tijd van het jaar is nestelen een veel gebezigde activiteit.
(edit 4 mei): Vandaag hadden we weer de gevleugelde vrienden over de vloer, uhh, aanrecht. Aan de terugkerende IJslandse stofwolk met vliegverboden tot gevolg storen ze zich blijkbaar niet. Het moet dit keer wel veel moeite gekost hebben om het luchtruim weer te terug te vinden. De afzuiger is waarschijnlijk nooit schoongemaakt, waardoor het geval zo plakkerig is als een vliegenlint (heet dat ook zo?). Zouden ze soms...nee, ik denk het niet. Ik neuriede van 'dat vogeltje dat niet kon ..kken, want er was een veertje aan zijn p...ertje blijven plakken'. Gelukkig zijn de beesten van mijn basilicum afgebleven, want dat zou me zeer ontstemd hebben.

Toen ik gisteren in gedachten met van alles bezig was en op weg ging boodschappen te doen, nadat ik dacht te weten alles bij me te hebben, sloot ik de kamer deur achter me. Gek dat je dan precies op dat moment herinnert dat de sleutels nog aan de andere kant liggen. Afijn, via 'switchboard' beveiliging gebeld. Ze waren nog met iets bezig, maar zouden na 15 minuten komen. Het duurde wat langer, wat niet goed is voor de hete kolen, maar blij was ik wel met hun service. Dat vertelde ik de (volgens mij) Zuid-Amerikaan, samen met excuses. Ik geneerde me behoorlijk. Hij luisterde niet echt want sprak tegelijk ook wat terug, wat ik weer niet goed kon verstaan. Toen ik terug kwam bleek mijn slot kapot. Morrelen eraan hielp niet. En voor even flink kleunen was het al te laat.

Dus de volgende morgen Mary ingelicht, toen ik mijn lunch-pakketje in elkaar zette. Mary is altijd zo actief, dus vreesde ik dat het wel even zou duren voordat de technische dienst benaderd zou worden. Toen ik 20 minuten later naar de afdeling wilde gaan om te werken, nadat ik nog een keer flink heb staan morrelen, waarbij ik enig aanwezig technische logica had aangesproken, kreeg ik het slot weer aan de praat. Er zat een vergrendeling op, die de security-guy had ingesteld en me waarschijnlijk heeft verteld. Dus toen ik Mary weer in de gang zag, wilde ik haar direct vertellen, dat het repareren niet meer hoefde, ik was zelfs een beetje trots op mezelf. Maar Mary had in haar kielzog een man in donkerblauw overall die een beetje op spanning werd gehouden door een bierbuikje, met zo een professionele gereedschapskoffer waar alles in zit om sloten mee te kraken (vermoed ik). "O", zei Mary tegen de vakman, "Nico, had the latch on and didn't knew that, it is fixed". Over generen gesproken, "No problem at all", antwoordde hij. Aan voorrijkosten deed hij gelukkig niet.

zondag 18 april 2010

Uit de hoogte.

Onderweg van mijn kamer naar de KNF-afdeling passeer ik altijd dit beeld. De gang is kaal, zakelijk, oud en bijna naargeestig (niet dubbelzinnig bedoeld), maar dit beeld brengt daar verandering in. Omgeven met klare taal in de vorm van richtingaanwijzers, zegt het beeld niets, maar geeft het wel richting aan. Alles eraan intrigeert iedere morgen weer bij de 1,5 seconde durende passage. Verspreid door het gebouw kom je meer van soort gelijke beelden tegen. Op een van die beelden, op een van de drukste kruispunten, hangen allemaal van die gebruikte polsbandjes die patienten in ziekenhuizen dragen, met namen erop. De betekenis laat zich raden, maar helemaal duidelijk is het me nog niet.
Ik moet toegeven dat het echte geloof in het hogere bij mij een beetje is verzwakt, maar soms leeft het weer op. Vanavond ben ik zowaar naar een Evensong geweest in de church of St. Bartholomew's. Er zong een koor(tje) van mannen en meisjes. Af en toe werden liederen afgewisseld door voorlezingen. In de kerkbankjes zaten misschien wel 15 mensen. En het was schitterend. Op een of andere manier gebeurt ar altijd iets met me tijdens een dienst en verlaat ik toch altijd weer ontspannen en tevreden een kerk. Ik geloof niet zomaar. Misschien dat het met mijn werk te maken heeft, waar toch geldt dat "meten is weten" en "geloof pas als ik het zie". Maar dan wordt er ergens een vulkaan wakker. Gewoon een natuurverschijnsel.
Op IJsland, een land dat al meer in het nieuws is geweest de laatste tijd door hun belangrijke rol in het begin van de economische crisis. Iets waar ik me niet tot in de finesses heb verdiept, geef ik toe, maar waarvoor m.i. de 300.000 IJslanders persoonlijk een veel te zware rekening gepresenteerd krijgen, waartegen ze dan ook flink protesteren. Het lijkt bijna dat dit volk nu geholpen wordt en bevestigd krijgt dat hun onrecht wordt aangedaan, door 'hoger hand'. Door een vulkaan, die terug betaalt, door stof uit te kotsen wat precies naar o.a. Groot Brittannie en Nederland waait(landen met de grootste claims richting IJsland) en o.a. daar het vliegverkeer dagen lang stil legt, met alle economische gevolgen van dien. Het is sneu als je er last van hebt, maar ergens vind ik het wel grappig en toevallig. Maar toeval bestaat niet, geloof ik.

maandag 12 april 2010

Who let the dog out?

Tijdens een week met fantastisch weer, ging ik het weekend naar het strand. Een frisse neus en tas vol schelpen halen. Ik wil niet opgeven eens foto's te maken, zoals ik ze voor me zie, maar het komt er niet van. Het strand werd dat van Bettystown. Eigenlijk was ik op weg naar Drogheda, maar ik wilde geen drukte. Het strand bleek riant te zijn, lang en diep, met steenpartijen en poeltjes. Druk was het niet, hier en daar wat paartjes en kluitjes mensen met kindjes en hondjes. Toen ik het strand op wilde, was er een meter of 50 uit de kant iemand met een stuk hout of buis aan het spelen.
Het was merkwaardig en helemaal toen het object van vorm veranderde. Dichterbij gekomen bleek de man zijn slang uit te laten. Ik had de camera's in de auto gelaten, dus snel op en neer. Bij terugkomst bleek er geen geheugenkaartje in te zitten, dus nog maar een keer. Het diertje, het was nog een jonkie van ongeveer 2 jaar, slechts 3 meter en 25 kilo, zou luisteren naar de naam "Sst". Hier hield ik toch een gevoel aan over, dat ik in de maling werd genomen. Sst, een Birmeese Python, had als baby'tje, in zijn speelsigheid, al eens bijna zijn rechter wijsvinger afgehapt. Hij toonde zijn litteken als bewijs. Ik durfde niet te vragen op welke wijze de man dan de twee voortanden van zijn onderkaak was kwijtgeraakt. De volwassen broer van Sst heeft 's man's rib ooit gebroken.  Om het knakken der ribben te stoppen moest de grote broer van de kop worden ontdaan, want deze had de smaak duidelijk te pakken. Hij liet Sst even door een watertje zwemmen en pakte het weer op, waarna ik het koude beest even mocht aaien. Braaf slangetje, braaf. Onderwijl bleef de kwajongen me uitdagen door steeds maar zijn tong naar me uit te steken. Nee, er was er nog nooit een ontsnapt, maar wel had een grote spin eens de benen genomen. Omstander waren net zo nieuwsgierig als ik en hielden hun kinderen stijf vast. Attent als hij was waarschuwde hij de mensen met hun kleine hondjes beter niet de lijn niet te laten vieren, want "those are his food, hwa, hwa, hwa". Thuis zat een van zijn ouders. Die was te zwaar (en gevaarlijk) om tussen de schelpjes en kindertjes door te laten schuifelen. Het was 9 meter.

Heb ik al eens gezegd dat ik gek op de mensen en dit land ben?

dinsdag 6 april 2010

Saint Patricksday parade (II)

Veel te laat maar ik wilde ze toch even laten zien.



















zondag 4 april 2010

Corca Dhuibhne

Ik krijg het ontbijt is zoals ik het hebben wil. Onvermoeibaar worden mij keuzes over details voorgelegd, ik ben dat niet gewend, en in kiezen ben ik toch al niet de rapste. Of ik vruchtensap wil, "Ja, graag". Wat voor vruchtensap. Of ik een eitje wil, "Ja, graag", hoe het eitje moet, "scrambled, would be nice". "Dry or creamy?". Afijn, ik wordt verwend. Als ze vragen hoe de koffie is, zeg ik dat ik 'm normaal wat sterker drink (dit smaakte echt nergens naar). Ze zijn blij dat te horen en na enig overleg in de keuken, komt de mededeling dat ik 'm morgen zelf mag maken. Vaak als reactie op wat ik zeg, zeggen ze "ah, good man". Ineens zag ik aan wie ze me deed denken; mrs. Doubtfire.
De dag begon prachtig en daar wilden de dames me direct van laten genieten. In de grote ontbijtkamer, was 1 tafel gedekt, stijf tegen het raam, met de vitrage opzij. Ze zijn zo aardig. Of ik echt niet nog een toast wilde.
Maar geleidelijk (gelukkig) werd het flink minder en begon het te stormen en te slagregenen. Hoe mijn dag verliep? Met een schat van een hond gespeeld. 


Trouwens, misschien dat het aan Pasen ligt, maar het stikte van de loslopende honden. Je kan hier niet hard rijden en veel van die dieren laten je dat weten ook. Blaffend halen ze je enthousiast in en duiken dan ineens voor je bumper. Dat doen zowel de grote als kleine keffers. Naar een strand geweest vol met fascinerende stenen. Zowel paarsig als groen en dan og een beetje van alles wat. Zoals op zoveel plaatsen stroomt ook hier water naar de zee en ik kreeg ineens zin om een dijkje in de rivier te maken, om te zien wat het met de loop ervan zou doen a la Bram Vermeulen.


Verder naar Graigue gereden en er over kliffen geklauterd tot het weer te bar werd. Ook hier kon de extra ventilatie niet verhinderen dat het er vreselijk stonk. Dit dode schaap (er was verder geen dier en mens te bekennen) lag op een fantastische plek. Het was er mooi en ruim plat, met een geweldig uitzicht. Het leek wel of ze het heeft uitgezocht om er te sterven. Gek hoe zoiets met je aan de haal gaat.

zaterdag 3 april 2010

Dingle


Bij Cinn Aird.

Mijn paasdagen slijt ik in Dingle. Het schiereiland is ondanks flink wat regen en hagel gewoon prachtig en een belefenis, mede dankzij de harde wind die zorgt voor veel afwisseling in de lucht. Want af en toe was het ook zonnig, er was een regenboog en de wolken hadden alle kleuren, terwijl lichtvlekken over bergen en door dalen trokken. In het B&B in Stradbally tref ik een bijzondere situatie aan. Eerst was ik er voorbij gereden. Men had het nog niet nodig gevonden een bord in de tuin te zetten. Navigeren is ook wat lastig als de straat geen naam heeft en de huizen geen nummer. Het huis is groot met misschien wel 10 kamers. Als ik aanbel duurt het even alvorens ik beweging bemerk. Door de vitrage zie ik een handbeweging die aangeeft dat ik geduld moet hebben. Als er open gedaan wordt, begrijp ik waarom. De eigenaresse is een zeer oude en nogal moeilijk ter been zijnde vrouw. Ze is uiterst vriendelijk, maar is toch wat moeilijk te begrijpen. Niet lang daarna voegt zich een wat jongere dame bij ons en neemt het gesprek over. Ze lijken blij me te zien en vertellen en vragen ronduit. Als ik mijn indruk deel, dat het rustig lijkt in het huis, blijk ik de eer te hebben niet alleen de enige klant van dit moment te zijn, maar ook de eerste van het jaar. Als ik iets nodig heb, moet ik het direct zeggen, want "do not sit in silence of sorrow". Hoe en hoe laat ik mijn ontbijt wil? Als ik acht uur zeg, ik dacht het toch maar een beetje rustig aan te doen, verschiet ze een beetje, en vindt me een early riser. Ik zeg, dat ik graag een flink ontbijt wil, omdat ik maar twee keer per dag eet. "Ok, dus met bonen, spek, worstjes enzo." Of ik ook porridge wil. Als ik zeg daar geen fan van te zijn, moet ze lachen.




Connorpass.

Als ik 's avonds terug kom wordt ik ontvangen met de mededeling dat er een electrische deken in mijn bed ligt. En dat die aanstaat. Op vol (het is 19:00 uur). Maar dat ik hem uit moet doen als ik ga slapen. Voor ik naar mijn kamer ga, zeg ik die dingen te kennen en bedank. Maar ik wordt op de voet gevolgd, want ze blijkt te willen controleren of ie het doet. Op de kamer slaat ze mijn bed open en voelt met haar hand. "Ja, nice warm". Voordat ze naar beneden gaat, loopt ze naar het raam om de schapen te controleren want die staan op het punt te gaan lammeren. Achter het schapenveld, buldert de Atlantisch oceaan, terwijl de hagel op mijn ruit roffelt. Het is hier geweldig.