dinsdag 26 januari 2010
De Duitser
Vrijdag moesten er dingen geregeld worden, daarom was ik woensdagavond al vertrokken. Ik ga een Ierse bankrekening openen en mijn PPS nummer ophalen. Het hoort erbij, maar ik zie er tegenop, omdat ik gelezen had dat voorgangers van het kastje naar de muur gestuurd zijn. Dus meende ik het dat met een degelijke voorbereiding er soepeltjes doorheen te fietsen. Mijn benodigde brief lag klaar, waarin werkgever en woonplaats stonden beschreven. Dit samen met identificatie ‘should do the trick’. Ik vermoedde de de meeste complicaties bij de sociale dienst, dus daar werd eerst achteraan gegaan. Van Human Resorces kreeg ik een telefoonnummer waar ik de locatie kon opvragen van het bureau waar ik mijn PPS nummer kon aanvragen, dit is een soort BSN nummer. De dame aan de telefoon was zo volledig me te informeren dat ik naast diverse bescheiden, ook een ‘birth certificate’ moest mee nemen. Slik. Moet ik over het hoofd gezien hebben. Mijn probleem voorleggend, herhaalde ze dat ik zonder geen PPS nummer kreeg, wat betekent geen salaris. Onderweg naar de bank dan maar, onderweg het thuisfront gealarmeerd. Om de mouw aan te passen, moest ik een fax nummer hebben. Bij het tweede telefoontje werd gezegd dat alleen Ieren zo’n certificaat moeten voorleggen. Zucht. Op naar de bank. Dat is zo gepiept. Mijn paspoort als ID was perfectly OK, maar de brief was een onoverkomelijk probleem. Mijn werkgever is niet het ziekenhuis maar het wervingsbureau en het adres is op het ziekenhuis. Discrepatie, die ik me drie keer liet uitleggen, die ik snapte, maar niet begreep. Als ik een brief met PPS nr had EN mijn adres dan was het ook wel ok. Dus op naar Welfare. Parkeren in Dublin, zelfs bij welfare voor de deur is ook duur. Eenmaal door de deur, wist ik dat ik aan het goede adres was. 1 Information desk en 1 lange rij. Op mijn volgnummer staat al dat er 17 mensen voor mij zijn. Dus timen hoe lang ik aanvraag duurt terwijl ik in de wachtruimte ga zitten. De eerste was direct een lastige want er namen twee mensen plaats, dus waarschijnlijk twee aanvragen. Omdat ik mijn volnummer en paspoort in de hand heb, valt het oog van mijn buurman er blijkbaar op. Die begint een gesprek. Hij spreekt goed engels maar met een accent. Ik probeer zijn leeftijd te schatten, een van mijn mindere talenten, moet gezegd. Ik ben er nog niet uit. Hij heeft minder rimpels dan ik, is niet grijs, eerder blond, heeft vrij lang haar opzij, maar in het midden kaal. En zit behoorlijk krom, of gebogen. Later bleek dat hij ook zo zou lopen. Op zijn schoot een blauw koffertje, wat hij regelmatig opent om er een boekje en potlood uit te halen of de map van Dublin. In de deksel zitten met een soort kneedgum knijpers gekleefd waar het potlood een plaats heeft naast een soort ticket en een ... Als de koffer dicht is hangt hij erover heen als Smeagel over Precious. En continu met een gelaatsuitdrukking die het meeste wegheeft van een grijns. Hij begint uit te leggen dat met die chinezen die zich dan inschrijven wel een tijdje kan duren voordat ze het formulier hebben ingevuld, hij hoopt dat we niet op een tolk hoeven te wachten. Een schande en een bottleneck voor Europa, de nieuwe inwoners die de taal maar niet machtig worden. En de aan mijn andere zijde zittende vrouw met haar (ik schat) drie jarig zoontje, was nog erger. Hij wist dat het een Poolse was en waarom ze toch nog steeds geen Engels met dat ventje sprak, DAAR moest de regering eens wat aan doen, daar loopt europa op spaak. Hij spaarde de Nederlanders en mij in zijn betoog. Dat de 3 jarige bij voorbaat niet kansloos was om goed Engels te leren spreken, beaamde hij knikkend om er een schepje bovenop te doen door de Russen en Roemenen erbij te halen. En hij kon het weten want hij was vertaler voor justitie. Terwijl hij sprak, veranderde zijn volume op gepaste momenten, maar om te voorkomen dat ik zo missen over wie hij het had, wees hij ze priemend aan. Mij begon steeds meer te interesseren welk volgnummer hij had, de Osnabrucker. Toen hij voor de derde keer, voorover gebogen, in adempauzes om zich heenkijkend, zei dat hij echt geen racist was, en ik hem het woord Joden hoorde gebruiken, was de tijd aangebroken om de parkeermeter aan te vullen. Toen ik terugkwam, was, verdomd als het niet waar was, de enige vrije plek om te zitten, naast hem. Na een korte opmerking in de hoop het over luchtiger zaken te hebben, vervolgde hij met een gevalletje pech bij Enschede. Hij kon niet verder en zou gebaard hebben naar medeweggebruikers om te stoppen voor hulp. Iedereen reed door. Tot hem een lumineus idee opkwam. Hij dekte zijn nummerplaat, quasi nochalant af. Wat denk je, warempel, de eerste de beste stopte, en hielp met een sleepje. Hij ging zich in Ierland vestigen, want was fed-up met Duitsland. Het was zijn beurt. Ik vroeg hem nog of hij dan degene zou willen zijn die een beetje vaart wilde maken met het invullen. Omdat ik het met een lach zei, zag hij de humor er van in (heb ik van een collega geleerd), maar de ondertoon was een andere. Drie volgnummers later was het mijn beurt. Na een aantal ragen was de laatste opmerking van de baliemedewerker, dat ik mijn nummer na 5 of 10 dagen in een brief kon verwachten. Telefonisch na 1 dag, maar daar neemt de bank geen genoegen mee. To be continued...
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten